Is je paard bang voor andere paarden in de kudde? Dit kun je doen!

canstockphoto18738999-bewerkt

Een paard dat bang is voor zijn eigen soort? Dat is toch een raar fenomeen? Tja, mensen zijn niet altijd even leuk tegen elkaar en dat kan ook bij paarden het geval zijn.

In de kudde is er altijd een paard het laagst in rang – het ‘onderdeurtje’. Lees hier hoe je een ‘onderdeurtje’ kunt helpen!

Het ‘onderdeurtje’ is het paard dat zich door alle andere paarden weg laat jagen. Het eet en drinkt als laatste. Het verblijft meestal aan de buitenrand van de kudde, waardoor het in het wild het eerste slachtoffer voor prooidieren is.

Maar dat is toch zielig?

Nee hoor! Paarden, inclusief de ‘onderdeurtjes’ zelf, accepteren deze realiteit. Ze hebben het veel te druk met overleven en leren hoe ze kunnen groeien, om zich af te vragen of ze zielig zijn!

Wat kun je doen voor het ‘onderdeurtje’ op stal?

Het helpt niet om dit paard uit de kudde te halen. Je ontneemt het paard daardoor de kans om te leren zich assertiever op te stellen, en te klimmen in rang. Dit is wat een paard van nature wil. Bovendien verandert de kudde ook niet, Die brandmerkt doodleuk het één na laagst in rang staande paard als het volgende ‘onderdeurtje’.

Er zijn 5 belangrijke factoren die jouw ‘onderdeurtje’ helpen:

  1. Ruimte –  De kudde moet genoeg ruimte hebben op de paddock of in de wei. Dan kan er flink gerend worden en kunnen de paarden volgens hun normale spel bepalen wat de rangorde is, zonder dat er onnodige verwondingen ontstaan. Als er voldoende ruimte is, kan jouw ‘onderdeurtje’ zichzelf altijd in veiligheid stellen door weg te rennen als de andere paarden hem op de huid zitten.
  2. Geen obstakels en scherpe voorwerpen – Risico op verwondingen ontstaat vooral als de paarden elkaar in het nauw kunnen drijven. Er mogen dus geen onnodige obstakels zijn in de paddock of wei. Uiteraard moeten de paddock/wei en de hekken er omheen vrij zijn van scherpe, uitstekende voorwerpen. Liefst moeten paarden die in een groep staan ook geen hoefijzers dragen.
  3. Voldoende drink- en voerplekken – Er moeten voldoende eet- en drinkgelegenheden zijn voor alle paarden, zodat ook het ‘onderdeurtje’ genoeg te eten krijgt.
  4. Stabiele kudde – De kuddesamenstelling moet stabiel zijn! Als er teveel gewisseld wordt, wordt het in de kudde zelf nooit duidelijk wat de rangorde is, en kunnen de paarden ook niet groeien in ervaring en rang.
  5. Training – Jij kunt dit paard ook helpen om dapperder te worden. In onze eerdere blogs vind je een aantal tips hoe – en in onze introductietraining leren we je diverse techieken die je direct toe kunt passen. In deze blogs vind je meer informatie:

Wil je meer weten over angst bij jezelf en bij paarden? Doe mee met onze Angst de Baas 2-daagse!

Klik hier voor informatie

 

Josselien & Linda

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *